
Wijzigingswet Elektriciteitswet 1998 en Gaswet (nadere regels omtrent een onafhankelijk netbeheer)
Artikel VIc
1
Instemming van Onze Minister in de zin van artikel 93, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 of van artikel 85, tweede lid, van de Gaswet, is niet vereist voor de overgang van de economische eigendom van een net als bedoeld in de artikelen VI, tweede lid, en VIa, tweede lid, noch voor de verschaffing van de economische eigendom aan de netbeheerder bij een aanwijzing als bedoeld in artikel VI, derde lid, of in artikel VIa, derde lid, of aan een derde, dan wel voor de overdracht van de aandelen in een aldus aangewezen netbeheerder en evenmin voor de overgang van de eigendom van een net ingevolge een overeenkomst.
2
In het geval van een verschaffing van de economische eigendom als bedoeld in het eerste lid of een aanwijzing als bedoeld in artikel VI, derde lid, of artikel VIa, derde lid, wordt een redelijke termijn als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 onderscheidenlijk artikel 6, eerste lid, van de Gaswet geacht in acht te zijn genomen.
3
Indien een vennootschap of rechtspersoon op grond van een overeenkomst het recht heeft om de economische eigendom van het betreffende net te verkrijgen tegen een vaste prijs, wordt een voorgenomen besluit omtrent de uitoefening van de bevoegdheid tot verkrijging tijdig voor de uitvoering daarvan ter kennis gebracht aan Onze Minister.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.